WELKES TYPES ONDERSTEUNT HET MPIGO?
|
Welke types buitengewoon onderwijs zijn er?
Er zijn acht types. Elk type is aangepast aan de opvoedings- en onderwijsbehoeften van een bepaalde groep kinderen:
type 1: licht mentale handicap - kinderen die moeite hebben met de leerstof of het tempo waarop de leerstof aangeboden wordt
type 2: matige of ernstige mentale handicap - kinderen die extra ondersteuning nodig hebben bij zelfredzaamheid op persoonlijk, huishoudelijk en maatschappelijk vlak.
type 3: ernstige emotionele of gedragsproblemen
type 4: kinderen met een motorische beperking
type 5: kinderen die opgenomen zijn in een ziekenhuis of op medische gronden verblijven in een preventorium
type 6: visuele handicap (= gezichtsstoornis)
type 7: auditieve handicap (= gehoorstoornis)
type 8: kinderen met leermoeilijkheden
Type 1 en type 8 worden niet georganiseerd in het buitengewoon kleuteronderwijs.
Leerlingen die het buitengewoon lager onderwijs met vrucht voltooien, krijgen een getuigschrift dat gelijk-waardig is aan dat van het lager onderwijs.
Het MPIGO Sterrebos ondersteunt type 1 - 2 - 4 en 8.
Van zodra uw kind wordt doorverwezen voor onderwijs van het type 1, type 2, type 4 of type 8 kunt u bij ons terecht voor inschrijving.
Voor kinderen met een autismespectrumstoornis wordt een speciale, gedifferentieerde begeleiding voorzien.
Naargelang de mogelijkheden en vorderingen wordt uw kind voorbereid voor overgang naar het Buitengewoon Secundair
Onderwijs of het Gewoon Onderwijs. |
 |
|
type 1: kinderen met een licht mentale (= geestelijke) handicap
Richt zich tot kinderen en jongeren met een licht mentale handicap of met een ontwikkelingsachterstand. Het vangt vele kinderen op die al één of meerdere jaren in een gewone school doorgebracht hebben, maar daar duidelijk niet 'meekunnen'.
De leerinhoud leunt nogal aan bij de dingen die in de gewone school onderwezen worden. Daar deze leerlingen er echter langer over doen, wordt de leerstof beperkt. Op BuLO-niveau is het onder de knie krijgen van de basisvaardigheden: lezen, schrijven en rekenen, zeer belangrijk. Ze worden op een voor hen begrijpbare manier aangebracht. Ook wereldoriëntatie en levensbeschouwelijke vakken, bewegingsopvoeding, sociale en creatieve vaardigheden krijgen een ruime plaats. |
 |
|
type 2: kinderen met een matige of ernstige mentale handicap
Dit onderwijs wordt reeds ingericht op kleuterniveau. Het is immers belangrijk dat het kind vroeg aanleert wat bij anderen spontaan groeit. Onderwijs van type 2 wordt vaak levensscholing genoemd, omdat hier vooral dagelijkse zaken worden aangeleerd die het initiatief en het zelfstandig leven bevorderen: het beheersen van nuttige vaardigheden, taal en communicatie, gedragsaanpassing, creatieve en sociale activiteiten.
Men stimuleert het kind door aangepaste leermethodes, maar men blijft realistisch wat betreft zijn mogelijkheden.
Leerlingen die het aankunnen, leren eenvoudige teksten lezen en begrijpen. Rekenen staat in functie van concrete dingen als (tijds)planning, omgaan met geld, wegen van grondstoffen, (af)meten en vergelijken
|
 |
|
type 4: kinderen met een fysieke (= lichamelijke) beperking
Leerlingen die omwille van motorische storingen en/of (para)medische behandelingen het gewoon onderwijs niet kunnen volgen.
Is aangepast aan leerlingen met een lichamelijke handicap. Kinderen die ernstige bewegingsmoeilijkheden hebben, verlamd zijn, verkrampte bewegingen maken bijvoorbeeld. De oorzaken liggen vaak in een aangeboren of door ongeval veroorzaakte hersenbeschadiging. Maar de letsels kunnen ook door spierziekten veroorzaakt zijn. Het ontwikkelings- en leerproces moet bij deze kinderen begeleid worden door aangepaste methoden, behandelingen en stimuleringen.
Leerlingen met een autismespectrumstoornis die omwille van hun moeilijkheden met communicatie, sociale interactie, flexibel denken en hun sensorische gevoeligheden moeite hebben om onderwijs te volgen in het gewone circuit. Omdat een autismespectrumstoornis als oorzaak een aangeboren centraal neurologisch probleem is, kan dit geplaatst worden onder type 4. Aan de hand van de consensusbenadering begeleiden we de kinderen op maat in hun ontwikkeling.
|
 |
|
type 8: kinderen met ernstige leerstoornissen.
Dit type, enkel in het BLO, is er voor leerlingen die normaal begaafd zijn en over een normaal gehoors- en gezichtsvermogen beschikken en toch stoornissen vertonen in de taalontwikkeling of het leren spreken en/of bij het lezen, schrijven en rekenen stoornissen vertonen. Deze leerlingen hebben problemen met het leren. Naast de therapeutische behandeling van de problemen die het leerproces hinderen, krijgt de instructiestijl en de methode van onderwijs hier extra aandacht. De meeste leerlingen kunnen het niveau van het gewoon onderwijs wel aan, maar hebben wegens hun stoornis soms reeds een flinke achter-stand opgelopen in de gewone school. In het BuO volgen ze de lessen in aangepaste groepen voor een bepaalde activiteit.
De leerlingen van het type 8 stappen in principe over naar het gewoon secundair onderwijs of keren terug naar de gewone school in de loop van het basisonderwijs.
|
|